Historie

proclamatie.jpg

 

Op de site van de Universiteit van Amsterdam vond ik een duidelijke uiteenzetting over vooral de politieke aspecten van de politionele acties door E.J. Dommering.

proclamatie2.jpg

De eerste politionele aktie

Nadat de Japanners hadden gecapituleerd, begon voor de Nederlanders en andere Europeanen die door de Japanners tijdens de bezetting van Indonesië in kampen waren geïnterneerd ("de Jappenkampen"), de vermoedelijk afschuwelijkste periode van hun leven. In de militaire termen van WO II waren zij "bevrijd", maar in de politieke termen van de bevrijding van Indonesië waren zij de potentiële (immers voortgezette) overheersers.
De Japanse gevangenis waarin zij gedurende een aantal jaren psychisch en lichamelijk waren uitgeput, vaak ook mishandeld en vernederd, werd -inclusief de gehate "Jap"- hun beste bescherming tegen de Indonesische bevolking die zich van de Europese aanwezigheid wilde ontdoen. Het slachtoffer zocht bij de beul bescherming tegen de rechter.
Deze periode staat bekend als de bersiap periode, de periode van de revolutie (bersiap betekent zoiets als "wees paraat") waarin geen enkele Europeaan zijn of haar leven in Indonesië zeker kon zijn. In dit machtsvacuüm hebben,
na de Japanners, korte tijd de Engelse bezettingstroepen voorzien. Die hadden echter hun eigen problemen in India en Maleisië. En zo hernam Nederland geleidelijk de macht in de weer in bezit genomen kolonie.

Aan Nederlandse zijde bestond niet het inzicht dat Indonesië een zelfstandige staat zou moeten worden, al gloorde al wel het besef (dat later zou uitgroeien tot de "uniegedachte") dat Indonesië een eigen positie binnen een Nederlands "Common wealth" moest krijgen. In de bekende 7 december toespraak in 1942 van de koningin was een voorzichtige passage van die strekking opgenomen, nadat het kabinet Gerbrandy de onafhankelijkheid had afgestemd. In die gedachtengang moest allereerst de orde in de kolonie worden hersteld en diende deze te worden bevrijd van wat door een meerderheid (politiek links en met name de CPN dacht daar geheel anders over) werd gezien als een verzameling communisten, collaborateurs met de Japanse bezetter, en rampokkers (oproerkraaiers). Nederland diende de in nood verkerende kolonie zo spoedig mogelijk "te hulp" te snellen en daarvoor werden in Nederland direct na de bevrijding van de Duitse bezetter oorlogsvrijwilligers (de zogenaamde OVW- ers) geworven met affiches waarop de Nederlandse leeuw in soldaten-uniform met een trompetje boven op de wereldbol staat ("zie de wereld, pak aan in Indië, neem dienst"). Voorts werd de wederopbouw van het Koninklijke Nederlandse Indische Leger (KNIL) ter hand genomen. Al in maart 1946 arriveerden de eerste OVW- er bataljons op Java. De eerste dienstplichtige divisie, naar de toespraak van de koningin, 7 december divisie genaamd (de naam geeft aan met welke hooggestemde hulpverleningsgedachten de Nederlandse overheid was bezield), landde eind 1946. In diezelfde periode was een ontwerp akkoord in een schoolgebouwtje in Linggajati (niet ver van de Noordkust van Java) met de republiek gesloten dat een wapenstilstand afkondigde, de Unie vorm gaf, en een zelfstandig Indonesië in een Nederlandse federatief koninkrijk in 1949 voorzag. De republiek heeft de uitvoering van dit akkoord dat niet de gewenste onafhankelijkheid bevestigde van meet af aan gesaboteerd, en er voornamelijk een adempauze in gezien om krachten te verzamelen. Aan Nederlandse zijde lag het
akkoord politiek zwaar op de maag; voor de rechterzijde was het onaanvaardbaar.
Toch werd het 25 maart 1947 in geamendeerde vorm in Batavia in paleis Rijswijk ondertekend.
Geleidelijk aan escaleerde de situatie en toen de economische belangen van de Nederlandse ondernemingen ernstig gevaar begonnen te lopen viel het besluit van het Kabinet Beel om een politionele aktie te starten. Dat werd de eerste politionele aktie, een jungle-veldtocht die van 21 juli 1947- 5 augustus 1947 plaatsgreep." Politioneel" is een fantastische omschrijving voor de troepenmacht die toen aan Nederlandse zijde stond opgesteld: inclusief het KNIL, meer dan 120.000 man. De historicus Fasseur stelt terecht dat de historische vraag waarom de reconstructie van het oude koloniale rijk is mislukt, achteraf minder interessant is dan die "hoe ontredderd en verwoest Nederland in zo korte tijd tot een ongekende krachtsinspanning in zijn vroegere kolonie bereid en in staat was". De aktie had een beperkt doel, namelijk om de Nederlandse economische belangen veilig te stellen en zij heette daarom Operatie Produkt. Dat was zeker niet de wens van de militaire bevelhebber generaal Spoor die de meer omvangrijke akties "Amsterdam" en "Rotterdam" die tot beëindiging van de macht van de republiek konden leiden, had willen uitvoeren. De politieke en militaire leiding van de republiek zetelde in Yokyakarta, en naar het voorbeeld van de Romeinse senator Cato riep Spoor voortdurend "Ceteram censeo Djocjakartum delendum esse". Korte tijd heeft er nog een alternatief aktieplan Cato gecirculeerd, maar de militairen kregen, zoals zo dikwijls (generaal Schwartzkopf had in de Golfoorlog ook wel willen doorstoten naar Baghdad) van de politici niet hun zin: het bleef Produkt.

De tweede politionele aktie

renville2.jpg

Mede onder internationale politieke druk werd op op 18 januari 1948 in de haven van Batavia aan boord van het Amerikaanse schip "Renville" een nieuw bestand gesloten. De actie had -met beperkt verlies van manschappen wel de beoogde productveiligheid gebracht, maar niet de gehoopte orde en rust. Het liet Nederland in Indonesië achter met een enorme troepenmacht en een gefrustreerde legerleiding die het gevoel had dat het karwei niet was afgemaakt. Ook in Nederland had het de rechterzijde niet behaagd dat Yokyakarta niet was bezet, en was er al in augustus 1947 (in de periode dat het aktieplan Cato opkwam) druk op de regering uitgeoefend door te zetten. De Jong meldt dat oud- premier Gerbrandy in die periode zelfs een staatsgreep heeft overwogen. De regering bleef heftig verdeeld om de eerste politionele actie af te maken en vreesde vooral dat de politieke druk op het forum van de VN om de republiek te erkennen en militaire interventies te staken, te groot zou worden. De onderhandelingen met de republiek vlotten echter niet. Wel werd de gouverneur-generaal Van Mook, die te eigenmachtig optreden in de onderhandelingen met de republiek werd verweten en die door sommigen zelfs als de verkwanselaar van de kolonie aan de Indonesiërs werd gezien, vervangen door Beel die eerder als "gedelegeerde van het opperbestuur" naar Indonesië was afgevaardigd.
Hoewel Beel aanvankelijk tegen hernieuwd militair optreden was, veranderde hij radicaal van standpunt, toen op 18 september 1948 een communistische opstand op Midden Java in Madiun uitbrak en een volksfront regering werd uitgeroepen. Beel vreesde een erkenning van de communistische volksfront-regering door Moskou, en drong in een vertrouwelijke brief van 20 september aan minister Sassen aan op militaire actie. Dit speelde zich af tegen de zich internationaal aftekenende koude oorlog: wanneer Nederland te velde zou trekken tegen het oprukkend rode gevaar, zou haar dat een uitstekende militaire legitimatie op het internationale forum verschaffen. Dit politieke wapen sloeg de republiek de Nederlandse regering uit handen door de communistische opstand snel te onderdrukken. Fasseur noemt de Madiunse opstand achteraf een politiek "godsgeschenk" voor de republiek. Maar psychologisch was er een barrière genomen. En er werd ook nog wat geblunderd. Op de meeste dramatische momenten in het verloop der gebeurtenissen gaan menselijke fouten onderdeel uitmaken van de grote causale keten van de geschiedenis. Een laatste Nederlands ultimatum in de onderhandelingen met de republiek gericht aan het adres van Hatta werd op 16 december door Den Haag naar Beel getelegrafeerd met het verzoek dat ogenblikkelijk door te geven. Deze wachtte er mee tot 17 december, laat in de middag. Wel verbond hij toen de korte termijn van 24 uur aan het aflopen van het ultimatum. Dat was een onredelijk korte termijn vond de toenmalige premier Drees. Er kwam geen reactie meer. Het kabinetsbesluit was niet meer terug te draaien: Op 19 december 1948 startte de tweede politionele actie die tot 5 januari 1949 zou duren. Dit werd Operatie Kraai die in Spoor's dagorder van 18 december 1948 werd aangeduid als het voltrekken van de "laatste akte".
Militair was zij even omvangrijk als de eerste, maar aanzienlijk grimmiger omdat zij, meer nog dan de eerste, het karakter had van een politieke guerrilla waarin er niet twee partijen (de legers), maar drie partijen zijn (de legers en de politiek vijandige bevolking). Het militaire doel: het innemen van Yokyakarta, werd vlot, nl. op 19 december, bereikt. De regeringsleiders weden gevangen genomen en afgevoerd naar Brastagi op Sumatra, gelegen niet ver van Medan, en vrijwel in elk touroperator programma van Sumatra opgenomen omdat er een mooi oud plantershotel ligt. Maar de guerrilla woedde voort. Er werden aanzienlijk meer verliezen geleden.
Politiek was zij een catastrofe. De tactiek was om te profiteren van het kerstreces van de Veiligheidsraad en in de tussentijd een snel militair succes te behalen, om vanuit een fait accompli internationaal te kunnen onderhandelen. Daar kwam geen spaan van terecht. De Veiligheidsraad, die op dat moment in Parijs vergaderde, was op 17 december met kerstreces gegaan, maar hij zat op 22 december 1948 mooi weer op het podium van de grote theaterzaal van het Palais Chaillot aan de Seine-oever in vergadering bijeen in een zitting, die de diplomaat De Beus er een om nooit te vergeten noemt : "Er viel een doodse stilte toen de president van de Raad de Nederlandse delegatie uitnodigde de voor haar gereserveerde plaats in te nemen. Voor ons als niet-raadslid was overeenkomstig het gebruik een plaats gereserveerd aan de uiterste rechterpunt vanuit de zaal gezien, waar we dus helemaal in het (verdom)hoekje van het toneel zaten met het gevoel dat we er bijna afgedrukt werden. Deze fysieke omstandigheden verhoogden de indruk dat Nederland daar op het wereldtoneel in het beklaagdenbankje zat. Dat werd in de komende dagen nog erger, toen het ene na het andere Aziatische land als belanghebbende partij/niet-lid van de Raad het woord vroeg". Alle leden spraken een vernietigende veroordeling van de actie uit, die algemeen als een schending van het Renville-bestand werd gezien. Tot heftige verontwaardiging van de Nederlandse delegatie, en ook wel de leden van de Raad, ging de Australische afgevaardigde zo ver om te zeggen dat hetgeen Nederland tegen de republiek had gedaan erger was dan hetgeen Hitler tegenover Nederland had gedaan. Neen, dat was niet netjes van de Australische afgevaardigde.
Van januari 1948 tot mei 1949 werd er onderhandeld over een politiek akkoord. In de tussentijd ging -in een militaire patstelling tussen TNI en het Nederlandse leger- de guerrillastrijd voort. In mei 1949 kwam het Van Rooijen-Roem akkoord tot stand waarmee de onafhankelijkheid van Indonesië werd bezegeld. Op 27 december 1949 vond in het Paleis op de Dam de soevereiniteitsoverdracht plaats. Daarmee kwam een einde aan Nederland als koloniale wereldmacht en een einde aan de vermoedelijk meest omvangrijke militaire operatie die dat land ooit op eigen kracht tot stand had gebracht: een politionele actie, een ordemaatregel."